De nobele gedragscode

De nobele gedragscode

Alle lof zij Allah en vrede en zegeningen zij met Zijn Boodschapper en met zijn familieleden en metgezellen.

Veel mensen zijn niet op de hoogte van de ware betekenis van de Islam en de taak van de moslim in dit wereldse leven. Als gevolg hiervan zien wij dat veel moslims de regels van de Islam niet volledig naleven.

Eén van de zaken waarmee de Islam is gekomen is het zich eigen maken van een hoogstaande gedragscode. Het is zelfs zo dat wanneer dit gepaard gaat met godsvrucht dat dit een reden is voor het toegelaten worden tot het Paradijs. Toen de Profeet (vrede zij met hem) werd gevraagd naar de belangrijkste oorzaak voor het binnentreden van de mensen in het Paradijs, antwoordde hij: “Godsvrucht en een nobele gedragscode. Ook werd hij gevraagd naar de belangrijkste oorzaak voor het binnentreden van het Hellevuur, waarop hij antwoordde: “De mond en het geslachtsdeel.”

(at-Tirmidhi, Ibn Maadjah en Ahmad)

Het is algemeen bekend dat de Profeet (vrede zij met hem) over het beste uiterlijk en de meest nobele gedragscode beschikte. In zo een mate dat zelfs Allah hem hiervoor prijsde. Allah, de Verhevene zegt wat als volgt vertaald kan worden:

“En Waarlijk, jij beschikt over een hoogstaande gedragscode.”                      (Soerat al-Qalam: 4)

De Profeet (vrede zij met hem) nodigde uit tot een hoogstaande gedragscode. Dit streefde hij na door zijn uitspraken en daden. Hij was dan ook het beste voorbeeld voor de gehele mensheid. En toen cAa’ishah werd gevraagd over zijn karakter, antwoordde zij: “Zijn karakter was de Koran.”                    (Ahmad)

Degenen die zich de Islamitische gedragscode eigen heeft gemaakt mag zich verblijden met de volgende overlevering van de Profeet (vrede zij met hem) waarin hij zegt: “De meest geliefden onder jullie bij mij en degenen die het dichts bij mij zijn op de Dag des Oordeels zijn degenen die beschikken over de beste gedragscode onder jullie.”                                                                    (al-Boechari)

Allen weten wij hoe groots de metgezellen waren die door de Profeet (vrede zij met hem) werden opgevoed. Zij luisterden naar de Waarheid, waren vergevingsgezind tegenover degenen die hen onrecht aandeden en volgden de Profeet (vrede zij met hem) zelfs in de meest kleine zaken. Zij overtraden de bepalingen van Allah niet en spraken altijd de waarheid en waren rechtvaardig. Alle andere volkeren waren hiervan onder de indruk.

Enkele metgezellen zaten eens bijeen in de afwezigheid van de Profeet (vrede zij met hem) onder hen waren Khalied ibnoe al-Walied, cAbd ar-Rahman ibnoe cAuwf, Bilaal en Aboe Dharr, terwijl deze laatste in een driftige bui was. Zij waren een bepaald onderwerp aan het bespreken. Aboe Dharr deed een voorstel met betrekking tot een strategische kwestie, hij zei: “Ik stel voor dat het leger zo en zo wordt opgesteld”, waarop Bilaal zei: “Nee, dit is een slecht voorstel.” Hierop zei Aboe Dharr: “Zelfs jij, O zoon van een zwarte (vrouw) komt mij verbeteren. Er is geen god dan Allah. Wie ben jij?”

Bilaal stond vervolgens op verbaasd, geschrokken en in een staat van grote woede en zei: “Bij Allah, ik zal de Profeet (vrede zij met hem) hierover informeren!” en hij vertrok vervolgens. Toen hij bij de Profeet (vrede zij met hem) aankwam, zei hij: “Heb jij niet gehoord wat Aboe Dharr over mij heeft gezegd?” Hij vroeg: “Wat zei hij dan?” Hij (Bilaal) zei: “Hij heeft zus en zo gezegd.” Het gezicht van de Boodschapper (vrede zij met hem) veranderde hierop van kleur en Aboe Dharr die reeds op de hoogte was gebracht van het beklag van Bilaal kwam de moskee binnenstormen en zei: “O Boodschapper van Allah, as-salaamoe calaykoem wa rahmatoellahi wa barakaatoeh.”

De Profeet (vrede zij met hem) was erg boos, zo erg dat zelfs werd gezegd: “Wij wisten niet of hij (de Profeet, vrede zij met hem) hem terug groette, of niet.” Hij zei: “O Aboe Dharr, heb jij hem uitgescholden vanwege het feit dat zijn moeder zwart is. Waarlijk jij bent een persoon die nog iets van Djaahiliyah (onwetendheid) in zich heeft!” Hierop begon Aboe Dharr te huilen en kwam naar de Profeet (vrede zij met hem), hij ging zitten en zei: “O Boodschapper van Allah, vraag vergeving voor mij, vraag Allah om mij te vergeven.” Daarna verliet Aboe Dharr huilend de moskee.

Hij vertrok en plaatste zijn hoofd op de grond voor Bilaal die kwam aanlopen. Bilaal die in de tijd van de Djaahiliyah niets voorstelde (in de ogen van de mensen) vanwege de heersende discriminatie. Die overigens compleet weggevaagd werd door de komst van de Islam. cOmar zei zelfs: “Aboe Bakr is onze heer en hij heeft onze heer (Bilaal) vrijgekocht.”

Toen Aboe Dharr zijn hoofd op de grond had, zei hij: “Bij Allah, O Bilaal, ik zal mijn hoofd niet van de grond optillen totdat jij erop stampt met je voet. Jij bent eervol en ik ben laag.” Bilaal begon te huilen van dit aanblik. Hij boog zich vervolgens voorover en kuste de wang van Aboe Dharr en zei: “Deze wang verdient het niet om met de voet gestampt te worden, maar verdient het om gekust te worden.” Hierop stonden zij beiden op, omhelsden elkaar en huilden.

Het opvoeden van de Nafs

Het is een verplichting voor iedere moslim om zich de volgende zaken eigen te maken: geduld, oprechtheid, betrouwbaar, goede omgang met anderen, verdraagzaamheid en vergevingsgezindheid. Daarnaast dient de moslim afstand te nemen van ijdele gepraat en overmatig gelach en pretmakerij. Het eigen maken van deze zaken is geen eenvoudige zaak maar vereist veel inspanning en opoffering, totdat de Nafs zich hier uiteindelijk bij neerlegt.

Al onze aandacht zou ook uit moeten gaan naar onze kinderen die wij vandaag de dag niets anders schijnen te geven dan een spoedcursus oplichterij, liegen, geloofsverwaarlozing en weerspannigheid tegenover Allah. Wij hebben een voorbeeldfunctie wat hen betreft, zoals de Profeet (vrede zij met hem) ook een voorbeeld was voor de metgezellen.

Toen de Profeet (vrede zij met hem) zijn metgezellen opdroeg op de dag van Hoedaybiyah om hun hoofden kaal te scheren en een offer te brengen aan Allah en zij weigerden dit te doen uit onvrede met de uitkomst van het vredesverdrag die de Profeet (vrede zij met hem) sloot met de ongelovigen, nam hij het initiatief en gaf hij het voorbeeld door zijn hoofd kaal te scheren en zijn offer te brengen.

Er zijn mensen die van nature een goede gedragscode hebben. Wanneer deze mensen zich hiernaast gaan houden aan de voorschriften van de Islam zal dit ervoor zorgen dat zij toenemen in puurheid, reinheid en aanzien bij Allah.

Het behoeft geen twijfel dat de goede gedragscode van de moslim tevens inhoudt dat hij zijn handen en tong in bedwang houdt en daarmee de mensen niet tot last is. De Profeet (vrede zij met hem) zei: “De moslim is degene voor wiens tong en hand zijn moslimbroeder veilig is.”  (al-Boechari en Moeslim)

Verder beschouwt de Islam zelfs een glimlach in het gezicht van je broeder als liefdadigheid en zo ook het spreken van een goed woord richting jouw medemoslim. Duidt dit alles dan niet op het belang van de nobele gedragscode in Islam?

Desondanks betekent dit niet dat wij al onze aandacht slechts schenken aan de nobele gedragscode en de verplichte daden van aanbidding verwaarlozen. Zoals een aantal moslims wanneer hen geadviseerd wordt om het gebed te verrichten, zij dan roepen: “De Islam staat voor de nobele gedragscode en een goede omgang met mensen!” Hierop antwoorden wij: “De gedragscode, hoe belangrijk deze ook is, is slechts een onderdeel van de Islam en niet de Islam in zijn geheel.” Bovendien is het zo dat degenen die de verplichte daden van aanbidding verwaarlozen, slecht zijn in hun omgang met Allah.

De beste manier om toenadering tot Allah te zoeken is door de verplichte daden van aanbidding in acht te nemen. Zoals duidelijk wordt gemaakt in de volgende hadieth qoedsiy. Aboe Hoerayrah overlevert dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: “Waarlijk Allah, de Verhevene, zei: ,,Wie een Waliy (geliefde, helper) van Mij als vijand neemt, dan verklaar ik hem voorzeker de oorlog. En er is niets geliefder bij Mij waarmee Mijn dienaar dichter bij Mij kan komen dan door (het verrichten van) datgene wat Ik hem heb opgelegd. En Mijn dienaar blijft steeds dichter bij Mij komen door (het verrichten van) optionele daden van aanbidding, totdat Ik hem liefheb. Wanneer Ik hem liefheb, dan zal Ik zijn gehoor zijn waarmee hij hoort en zijn zicht waarmee hij ziet en zijn hand waarmee hij toeslaat en de voet waarmee hij loopt. En als hij Mij wat vraagt, dan zal Ik hem (dit) zeker geven. En als hij toevlucht tot Mij zoekt, dan zal Ik hem (dit) geven.”       (al-Boechari)

Hoe kan dan een dienaar het meest belangrijke waarmee toenadering tot Allah wordt gezocht verwaarlozen en alsnog beweren dat hij goed bezig is.

Wij zouden ons dan ook zowel bezig moeten houden met de nobele gedragscode en het verrichtten van de verplichte daden van aanbidding. Wij dienen ernaar toe te werken om onze nafs te louteren, te reinigen van slechte karaktereigenschappen en anderen bewust te maken van het goede Islamitische moraal.

Alle lof zij Allah en vrede en zegeningen zij met de Boodschapper van Allah.

 

Geplaatst:
Afdrukken